Rechten 3

Recht op vrienden
Lol trappen, spelletjes doen of samen op een sportclub. De meeste kinderen hebben vrienden. Ze zijn grappig, gezellig of lekker gek. Je voelt je bij ze thuis. Daarom is het leuk om samen dingen te doen. Soms hebben ouders een andere smaak. Vinden ze je vrienden niet geschikt. En verbieden ze ieder contact. Dat mogen ze niet! Want ieder kind heeft het recht op eigen vrienden. Je mag ze dus zelf kiezen.
“Dat maak ik zelf wel uit!” Monique was woedend. Waar bemoeide haar moeder zich mee?! Met Michelle en Lillian was niets mis. Ze mocht toch zeker haar eigen vrienden uitkiezen!
Monique is nog minderjarig. Daarom zijn haar ouders verantwoordelijk. Voor haar opvoeding en ontwikkeling. Monique’s moeder is bezorgd over de invloed van haar vriendinnen. Is die vriendschap wel goed voor Monique’s ontwikkeling? In Nederland hebben kinderen recht op eigen vrienden. Je mag samen iets afspreken. Ook mag je lid worden van een vereniging. Of zelf een vereniging opzetten. Natuurlijk mogen ouders zich wel met belangrijke zaken bemoeien. Dat hoort bij de opvoeding. Maar ze mogen je geen vriendschappen verbieden. Je hebt recht op een vrije keuze. Monique mag dus gewoon met Michelle en Lillian blijven afspreken.

Recht op informatie
Kinderrechten, jongerensites, discussiepanels… In Nederland hebben kinderen recht op informatie. Informatie over zaken die jou bezig houden. Sommige informatie is schadelijk voor je ontwikkeling. Hier word je tegen beschermd. Je ouders en de regering zijn hier samen verantwoordelijk voor. Veel informatie is echter nuttig en handig voor kinderen. Op deze site staan veel verwijzingen naar andere sites. Bekijk ze maar eens. Je hebt er recht op!
Opgezwollen rode wallen. Sevki dept zijn branderige ogen. Het ijskoude water helpt nauwelijks. Hij had vannacht slecht geslapen. De documentaire was ook zo spannend geweest. Die had hij perse moeten zien. Ook al had zijn vader hem nog zo gewaarschuwd. ” Documentaires voor boven de 16 zijn niet geschikt voor jou.” Sevki had hem uitgelachen. Hij was toch geen watje! Sevki wist prima wat hij deed… Toch was de documentaire soms wel iets te spannend. Bijna griezelig zelfs. Daar had hij niet van kunnen slapen. Voortaan hield hij zich toch maar aan de leeftijdsgrens.
In Nederland heeft ieder kind recht op toegang tot informatie. Informatie die handig of nuttig is voor kinderen. De regering moet zorgen dat je op verschillende manieren toegang tot deze informatie hebt. Dat staat in het verdrag. Denk maar eens aan de krant, de bibliotheek en het Jeugdjournaal. Natuurlijk bieden school, televisie, radio en internet veel informatie. Een goed voorbeeld is ook deze kinderrechtensite. Kinderen mogen ook niet te eenzijdig worden geonformeerd. Je moet een eigen mening kunnen ontwikkelen. Ieder kind heeft dus recht op betrouwbare informatie. Toch is niet alle informatie geschikt. Er zijn zaken die je nog niet begrijpt. Je wordt er misschien wel angstig van. Of je raakt er van in de war… Daarom neemt de regering maatregelen. Die beschermen je tegen informatie die schadelijk is voor je ontwikkeling. Je hebt dus recht op informatie, maar je wordt er ook tegen beschermd!

Recht op speciale zorg
Hollen, skaten, crossen op je nieuwe fiets… Bewegen is heerlijk! Helaas kan niet ieder kind dit doen. Wanneer je gehandicapt bent zijn er beperkingen. De regering moet dan zorgen voor aangepaste zorg. Ook jij moet de kans hebben om mee te doen in de samenleving. Lichamelijk of geestelijk gehandicapte kinderen hebben recht op een volwaardig leven. Je hebt dus recht op speciale zorg!
“Blijf jij maar even wachten”. Sofie perst haar lippen op elkaar. Uitgelaten rennen haar vriendinnen het winkeltje in. Sofie moet buiten wachten. Ze kan er niet in. Sinds het ongeluk zit ze in een rolstoel. Dat was wel wennen. Niet meer springen en rennen of rolschaatsen… Ze heeft het nu best geaccepteerd. Maar die rot zin: “Blijf jij maar even wachten…” Daar zal ze nooit aan wennen! Jaloers kijkt Sofie door de winkelruit. Haar vriendinnen staan voor de toonbank. Ze zou daar ook wel willen staan. Gewoon in haar rolstoel. En net als haar vriendinnen snoepjes uitkiezen en zelf afrekenen. Nu moet ze maar afwachten wat Lola van Sofie’s gulden uitzoekt. Misschien lust ze het niet eens. Ze kijkt nu kwaad naar de winkelier. Het komt allemaal door die stomme paaltjes. Ze kan er gewoon niet doorheen. De winkelier ziet haar niet eens. Hij is veel te druk bezig met háár gulden!
Ieder kind heeft het recht om mee te doen in de samenleving. Soms zijn kinderen lichamelijk of geestelijk gehandicapt. Deze kinderen hebben speciale zorg nodig. De regering moet hiervoor zorgen. Denk maar eens aan speciale scholen of gezinsvervangende tehuizen. Hier leren kinderen om zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Zo krijgen ze de kans om mee te doen in de samenleving. En leiden daardoor een volwaardig leven. Natuurlijk zorgt een handicap voor beperkingen. Sommige dingen kan je gewoon niet. Toch moet de regering proberen zoveel mogelijk beperkingen weg te nemen. Alle openbare gebouwen moeten bijvoorbeeld rolstoelvriendelijk zijn. Sofie kan dus zelfstandig naar de bibliotheek. Ook kon ze na het ongeluk op haar eigen school blijven. Er kwam een lift en een speciale rolplank voor haar rolstoel. Toch ‘rijdt ‘ ze nog regelmatig tegen beperkingen op. Nog niet alle gebouwen zijn rolstoelvriendelijk. En daar mag Sofie wat van zeggen. Want ook zij heeft het recht om mee te doen in de samenleving!

Recht op contact met je ouders
Ruzie, koffers pakken. Je ouders gaan scheiden…
In Nederland blijven ouders samen voor hun kind verantwoordelijk. Ook als ze niet bij elkaar wonen. Daarom moeten ze goede afspraken maken. Helaas komen sommige ouders hun afspraken niet na. Of lukt het niet om rustig met elkaar te praten. In dat geval moet de rechter voor een goede omgangsregeling zorgen. Want ieder kind heeft recht op contact met beide ouders. Ook jij!
Lisa rent de trap op. Opgewonden ploft ze achter haar bureautje. Met trillende vingers opent ze de envelop. De brief komt van haar vader. Lisa’s hart maakt een vreugdesprongetje. Natuurlijk wil haar vader graag contact! Ze hebben elkaar al bijna drie maanden niet gezien. Lisa’s moeder wilde dat niet. De scheiding was zo’n toestand geweest. Nu wilde haar moeder rust. Lisa snapt dat natuurlijk best. De ruzies zijn haar óók niet in de koude kleren gaan zitten. Het is nu een stuk gezelliger in huis. Ze begrijpt heel goed dat haar ouders uit elkaar moesten. Maar… lisa’s vader is toch zeker niet van háár gescheiden?! Lisa mist hem ontzettend. En ze had zich ook wel een beetje in de steek gelaten gevoeld. Gelukkig heeft ze nu antwoord op haar brieven. Hij zal deze week nog met haar moeder praten. Misschien kan ze een omgangsregeling nu beter aan. Lisa hoopt het maar. In het uiterste geval kan ze naar de rechter stappen. Wat zij van de situatie vindt is ook belangrijk! Kinderen hebben toch rechten…
In Nederland heeft ieder kind recht om bij zijn ouders op te groeien. Dat wordt natuurlijk moeilijk als ouders gaan scheiden. Sinds 1 januari 1998 is er daarom een nieuwe wet. Na een scheiding blijven ouders samen het gezag over de kinderen houden. Dat betekent dat beide ouders samen verantwoordelijk zijn. Voor de verzorging en opvoeding. Ze moeten samen belangrijke beslissingen nemen én elkaar op de hoogte houden. Soms hebben ouders samen nog veel problemen. Lukt het ze niet goede afspraken te maken over de kinderen. Meestal zijn hun kinderen daar de dupe van. Hun kinderen raken verwikkeld in ruzies. Vaak moeten ze lange tijd één van de ouders missen. Om kinderen hiertegen te beschermen is in het verdrag een afspraak gemaakt. Kinderen hebben recht op contact met beide ouders! Ouders zijn dus verplicht hier goede afspraken over te maken. Sommige ouders komen er echter samen niet uit. Zij kunnen dan hulp aan de rechter vragen. Deze hulp bestaat uit het regelen van het ouderlijk gezag. Voor een rechter is zo’n belangrijke beslissing niet makkelijk. Daarom kan hij zich laten adviseren door de Raad voor de Kinderbescherming. Een raadsonderzoeker doet dan onderzoek naar de thuissituatie. Hij brengt daarover verslag uit aan de rechter. Ook houdt de rechter rekening met de mening van de kinderen. Kinderen vanaf 12 jaar moeten voor een gesprek worden uitgenodigd. Hij kan dit ook bij jongere kinderen doen. Maar hij is dit niet verplicht. De rechter bepaalt uiteindelijk wie het ouderlijk gezag krijgt. Ook de omgangsregeling voor de andere ouder wordt dan vastgelegd.
Misschien heeft Lisa’s moeder goede redenen om haar vader contact te verbieden. In dat geval moet zij dat aan de rechter uitleggen. Het kan namelijk zijn dat het contact niet in Lisa’s belang is. Als de reden gegrond is krijgt Lisa’s vader geen omgangsregeling. In dit geval gaat Lisa’s welzijn vóór haar recht op contact. Want in iedere beslissing moet het belang van het kind voorop staan!