Rechten 1

Recht op voedsel
Lust je geen spruitjes? Krijg je de bibbers van witlof of andijvie op je bord?! Natuurlijk vind je niet alles lekker. Toch is gezond eten een recht. Je ouders zijn verplicht hiervoor te zorgen.
Misha heeft pijn in zijn buik. Hij heeft honger. Er is een overstroming geweest. De hele oogst is weggespoeld. Nu zijn z’n ouders arm…
Er zijn veel kinderen op de wereld zoals Misha. Daarom is in het verdrag een belangrijke afspraak gemaakt. Kinderen hebben recht op gezond en voldoende voedsel. In gezond eten zitten vitaminen. Die zorgen ervoor dat je kunt groeien. Ze beschermen je ook tegen ziekten. Zonder voedsel zal Misha ziek worden. Om dit te voorkomen moet hij geholpen worden. Dit moet de regering doen. De regering is verantwoordelijk voor de rechten van Misha. Dat staat in het verdrag van de rechten van het kind. Ieder kind op de wereld heeft recht op leven!

Recht op onderwijs
Een baaldag, geen zin in rekenen en aardrijkskunde.
Geen zin in school!
In Nederland is ieder kind leerplichtig.
Je hebt recht op onderwijs!
Gelukkig is school meestal wel leuk. En huiswerk… dat hoort er nu eenmaal bij.
Sarah heeft straf. Huisarrest en een week geen tv. Ze heeft gespijbeld. Zuchtend slaat ze haar rekenschrift open. ‘Nooit meer huiswerk’ krast ze in grote letters. Ze denkt na over het gesprek op school. Onderwijs is een groot recht. Dat zegt haar meester. Ze mag toch zeker zelf wel kiezen? Dat recht hoeft ze helemaal niet! Daar vergist Sarah zich in…
In Nederland ben je tot je 16e leerplichtig. Dat betekent dat je naar school moet. De regering vindt onderwijs belangrijk. Ieder kind moet zich ontwikkelen. Daarom is het onderwijs hier bijna gratis. Nog niet in alle landen is onderwijs verplicht. Soms moeten heel jonge kinderen al werken. Werkgevers die dit toelaten zijn strafbaar.
Sarah kan lezen, schrijven en rekenen. Ze mag later zelf haar werk kiezen. Sarah heeft eigenlijk veel geluk gehad!

Recht op gezondheid
De bibbers. Een afspraak bij de tandarts. Je kunt vast wel een leuker uitstapje bedenken! In Nederland heeft ieder kind recht op medische zorg. Het is fijn als je geen kiespijn meer hebt. Je hebt recht op gezondheid. Dus even doorbijten…
Pijn! Zweetdruppels parelen langs zijn voorhoofd. Een acute blindedarmontsteking. Met gillende sirenes in de ambulance. Binnen een uur wordt hij geopereerd. Max overleefd het wel. De regering geeft veel geld uit aan gezondheidszorg. Hierdoor kan iedereen hulp krijgen. Je krijgt bijvoorbeeld informatie om ziekten te voorkomen. Voor kiespijn mag je naar de tandarts. En je krijgt medicijnen als je ziek bent. In Nederland heb je recht op medische zorg. Het maakt niet uit of je arm of rijk bent. De gezondheidszorg is niet overal goed geregeld. Overal op de wereld sterven nog kinderen. Soms zelfs aan een blindedarmontsteking…

Recht van spelen
Schommelen, skaten, een partijtje voetbal…
Ieder kind heeft recht op vrije tijd. Maar soms is er geen speelplaats in de buurt. Of geen ruimte om te voetballen of verstoppertje te spelen. Hier mag je tegen protesteren. Dit kun je doen bij de gemeente. Je hebt recht op speelruimte!
Wegwezen! Bob’s buurman schreeuwt hem woedend toe. “Weet je wel wat die auto mij heeft gekost!” Bob draait zich woedend om en pakt zijn voetbal op. Verbeten kijkt hij de straat in. Waar moet hij dan spelen? Overal staan geparkeerde auto’s. De stoep is veel te smal. Nergens is een strookje overgelaten voor de kinderen. Bob slentert naar huis…
Natuurlijk heeft Bob’s buurman gelijk. Auto’s zijn kostbaar. Niemand heeft natuurlijk zin in een bal door zijn ruit. Toch heeft ook Bob rechten. Ieder kind heeft recht op vrije tijd. In deze tijd mogen kinderen spelen. Dus ook voetballen, zoals Bob… De gemeente is verplicht voor speelruimte te zorgen. Dit hoeft niet in de straat te zijn. Maar de speelruimte moet wel in de buurt zijn. Ieder kind mag hier gebruik van maken. Is er bij jou ook geen speeltuin, veldje of buurthuis in de wijk? Kijk dan eens op de site van Dwink. Hier kun je met andere kinderen over dit onderwerp praten. Natuurlijk kun je ook naar de gemeente gaan. Misschien kom je Bob daar wel tegen.

Recht op bescherming van arbeid
Blaren! Lange dagen werken. In Nederland is kinderarbeid verboden. Niemand mag je hiertoe dwingen. Natuurlijk is een extra zakcentje handig. Vanaf je dertiende mag je daarom een bijbaantje hebben. Het werk mag niet zwaar zijn. Ieder kind heeft recht op een gezonde ontwikkeling.
Kukeleku! Fatih opent voorzichtig een oog. Het is nog donker. De haan kraait nogmaals. Nu moet hij toch echt opstaan. Zijn kleine zusje is al wakker. Ze heeft pap gemaakt. Fatih kleedt zich snel aan en eet van de pap. Daarna wandelen ze samen naar het grote veld. Alle kinderen uit het dorp staan er al. Dan vertrekken ze naar de fabriek.
In Nederland zou Fatih nu op school zitten. De Nederlandse regering verbiedt kinderarbeid. Dat is niet in ieder land zo. Fatih en zijn dorpsgenootjes wonen in Afrika. Zij moeten werken. De VN schat dat ongeveer 250.000.000 kinderen werken. Vooral in landen als Azië in Afrika. Vaak zijn de arbeidsomstandigheden slecht. In Fatih’s fabriek staan gevaarlijke machines. Iedere week raakt er wel een kind gewond. UNICEF probeert hier iets aan te veranderen. Ze maken bijvoorbeeld afspraken met de fabrikanten. Afspraken over veiligheid, contracten en goede opleidingsmogelijkheden. In het dorp van Fatih wordt nu een school gebouwd…